
Hoofdstuk 3 van de eerste module vond ik echt een super leuk hoofdstuk! Tijdens dit hoofdstuk kwam namelijk een hoop wiskunde kijken. Laat ik daar nou eigenlijk altijd wel goed in zijn geweest op school. In dit hoofdstuk heb ik geleerd dat er verschillende wetenschappelijke formules bestaan waarmee je kunt berekenen hoeveel energie een hond of kat nu eigenlijk per dag nodig hebben. Er zijn verschillende richtlijnen en meerdere formules en ze zijn allemaal even waar! Hoe gaaf is dat. Of is dat misschien toch iets minder gaaf?
Ik kan me eerlijk gezegd voorstellen dat dit voor sommige mensen echt ontzettend verwarrend is. Meerdere formules en allemaal hebben ze verschillende uitkomsten. Dus wat is nu waar? Wanneer kies je nu de Fediaf richtlijnen, wanneer voor de SACN of die van Bermingham? Wat ik hier zo leuk aan vind is dat ik dit dus helemaal niet ingewikkeld vind. Je kiest een startpunt en daarbij kies je 1 van de formules waar je je goed bij voelt (of je kijkt naar wat de hond of kat nu krijgt en als dat een stabiel gewicht levert, ga je daarvan de calorieën berekenen). Daarmee leg je een basis en vanuit die basis ga je observeren. Want elk dier is nou eenmaal anders. Dat is net als met mensen. Daar heb je ook verschillende berekening en elk mens zit net even anders in elkaar. Zo is het ook met honden en katten. Een berekening is leuk, maar je wilt in de praktijk zien wat het nu echt doet. Daarom ga je monitoren en bijsturen. Merk je dat je hond of kat aankomt? Dan zit je dus te hoog met je eerste schatting. Dan stuur je bij en kies je voor minder calorieën zodat je uiteindelijk de juiste hoeveelheid vind. Het is géén exacte wetenschap, het is observeren, leren en bijschaven.
Etiket informatie – Altijd juist! Toch?
Waar ik wel van schrok is de informatie over etiketten. Je gaat er toch vanuit dat de informatie die op een etiket staat, altijd volledig en juist is. Dit blijkt in de diervoedingsbranche toch net even wat anders. Er zijn uiteraard richtlijnen waar een etiket aan moet voldoen.
Wat blijkt niet alle informatie die nodig is om goed te kunnen beoordelen wat er in het voer zit staat er op!
Daarnaast zijn de waarden de minimum waarden van wat er in zit. het kan dus ook nog eens afwijken van wat er echt in zit!

Waar ik de afgelopen weken ook achter ben gekomen is dat hoe fabrikanten de informatie op de verpakking zetten ook nog eens kan afwijken van elkaar. Soms staat het vocht percentage bijvoorbeeld niet op de verpakking. Of staan de vitamines de ene keer in mg per kg. De andere keer staat het als IE per kg en weer een ander kiest voor IU per 100 gram! Je moet dus al erg goed op de hoogte zijn om de verschillende voedingen met elkaar te kunnen vergelijken. Gelukkig kreeg ik uitgelegd dat je met verschillende berekeningen voedingen wél naast elkaar kunt leggen. De meest gebruikte manier is op basis van ‘droge stof’. Dit is ook voor Ivar van belang omdat het vetpercentage in natvoer heel anders over kan komen dan als je het vergelijkt met brokken. Ook al staat er op het etiket dat er maar 8% vet in zit. Dat kan op droge stof basis toch nog zo’n 32% zijn! Als je bijvoorbeeld een voer moet hebben die onder de 10% vet zit, dan lijkt 8% helemaal prima en te voldoen aan die eisen. Als je dan gaat rekenen, blijkt die voeding toch iets minder geschikt…
Het combineren van Hoofdstuk 2 en 3 zorgt er voor dat ik nu kan berekenen hoeveel calorieën een dier per dag nodig heeft. Hoeveel calorieën in bepaalde voedingen zitten en daarmee kan ik ook nog weer bekijken hoeveel gram van die voeding dan gegeven moet worden. Dat zijn echt de eerste basis stappen!
Hoofdstuk 4 – Beoordeling
In dit hoofdstuk heb ik meer geleerd over hoe het gewicht van een hond of kat kan beoordelen op een objectieve manier. Zonder te kijken naar het getal op de weegschaal. Dit resulteerde ook in een leuke opdracht, namelijk een duidelijk en overzichtelijke uitleg maken over hoe iemand anders dit kan doen.

In dit hoofdstuk heb ik meer geleerd over hoe het gewicht van een hond of kat kan beoordelen op een objectieve manier. Zonder te kijken naar het getal op de weegschaal. Dit resulteerde ook in een leuke opdracht, namelijk een duidelijk en overzichtelijke uitleg maken over hoe iemand anders dit kan doen.
Een kleine spoiler van het resultaat zie je hiernaast. Ik heb namelijk niet alleen een overzicht gemaakt, maar ook een e-boekje waarin ik stap voor stap uitleg wat je moet doen en hoe je de beoordeling zélf kunt doen! Ik ben er echt super trots op! Het creatieve stuk is voor mij namelijk niet het makkelijkste onderdeel. Geef mij maar complexe formules!
Welke vragen stel je?
Ook werd er stil gestaan bij de invloed van allerlei factoren op de energiebehoefte van je dier. Denk aan ras, castratie, beweging maar ook bijvoorbeeld temperatuur en omgeving!
Al deze informatie samen zorgt voor een beeld bij wat je eventuele klanten wilt vragen voordat je een goed advies kunt schrijven. Wat zijn nu de dingen die je wilt weten voordat je aan de slag kunt gaan? Dus ik mocht ook een eerste opzet voor een anamnese formulier gaan maken. Deze kan ik dan later gebruiken om alvast informatie te vragen voor het dier dat advies nodig heeft. Daarmee kan ik alvast een inschatting maken, bepalen of ik nog meer zaken wil weten voordat ik kan beginnen met het onderzoeken van het juiste type voer en welke hoeveelheden dan nodig zijn.
En daarmee zijn we eigenlijk al bij Hoofdstuk 5. In hoofdstuk 5 hadden we het over Dracht begeleiding, pups en kittens en waar je allemaal rekening mee moet houden. Een super informatief hoofdstuk waar ik op een later moment op terug kom!